Op Heeden den 9e November Ao. 1755
Compareerde voor mij Abraham Coijmans Notaris bij den ED: Hoove van Holland Geadmitteert tot Amsterdam
samen en wel insonderheijd teegens den Requirant zijn vader dagelijks om de minste beriseling die in huijs maar voorvalt, en dat zonder dat daar toe, eenige de minste Reeden aan hem werd gegeeven, en op een verfoeijelijke wijs den Requirant zijn vader bij na dagelijks seer midhandelende, so met woorden als met daaden, deselve sijn vader veeltijs uijtscheldende en teege deselve seggende Jouw Blixem donderslag, ouder scheem [striem?], en veel meer andere dien gelijke gruwelijke en Eijselijken scheld- & vloek woorden, de welke 't ordentelijke hier niet toe laattenoemen, dreijgende hij ook veeltijds den Requirant sijn vader, te slaan zulks zij getuigen beijden in goede gemoede verklaaren dat in Cas omtrent de sleij [?] verwoede en brutaalen daglijkse Leevenswijs, van hem Tamme Beth Adamsz, niet spoedig werd voorsien, daar niet als heele quaade gevolg en groote ongelukken van te wagten sijn.
So als zij Eerste en derdegetuigen Aaltje Hoekers & Dirkje Hoekers nu te zuamen verklaaaren, dat op zeekere tijd en wel in 't voorleedenen Jaar 1754, als wanneer zij derde getuigen meede als dienstbooden bij den Requirant heeft gewoond gehad dat ten huijse van den Requirant is voorgevallen, dat den Requirant over zeeken [zekeren] buiseling [ruzie?] met de voorn: sijn zoon Tamme Beth Adamsz woorden Kreijgende, deselve zijn Requirands zoon, onder het uijtten van Een meenigte grusaamen [?] en Gods Lasterlijke vloek en scheldwoorden, de blooten deegen teegens den Requirant heeft getrokken waar op Eerst, zij Eerste getuigen en vervolgens den Requirant met zijn dogter Catharina Beth (: die daar meede Present was:) en alzo doodelijk ontstelt zijnde de vlugt naar booven hebben genoomen, hij Tamme Beth Adamsz, daar op met een groote verwoedheijd met de Blooten deegen in sijn hand na haar derde getuigen Dirkje Hoekers (so als deselve nu alleen verklaart) is geloopen, sij derde getuigen daarop teegens hem zijde wees voorsigtig, hij Tamme Beth Adamsz daar op weeder heeft gesegt gehad, dat is goed dat gij spreekt, ik meende dat het mijn suster was.
Verklaart [ingevoegd: nu] Sij Tweede getuigen Trijntje Hennius alleen, dat Circa voor twee maanden geleeden, op een agtermiddagh voorgevaelen is Dat den Rsquirant met de gemelde zijn zoon in 't voorhuijs off de zijkaamer was en zij getuige beneeden weesende op het geschreeuw en gekerm dat zij van den Requirant hoorden waar op den Requirant, zeer ontstelt zijnde, op zijn kousen en dus sonder schoenen of muijlen aan in aller ijl de vlugt naar booven in de Lantaarn heeft genoomen, vloekende en Raasende hij Tamme Beth Adamsz onder wijlen sijn vader agterna en gebruijkende teegen [deegen?] deselve zijn vader, sodanigen goddeloose en grauwsaame woorden en dreijgementen, die om des selfs afgreijsen, gemenigeert worden, alhier te melden.
Verklaaren zij twee Eerste getuigen Aaltje Hoekers & Trijntje Hernius nu weeder te zaamen, door eenige tijd nog gesien te hebben, dat de voorengemelde Tamme Beth Adamsz, de voornoemd zijn zuster Catharina Beth zonder, dat zij daartoe eenige Reeden gaf, zeer heeft mishandelt en geslaagen, en wel zodanig, dat zij daar door Een Blaauw Oog kreeg, zij getuigen beijden daarop zijn toegeschootenen haar Catherina Beth, uijt de woedende handen van gemelde haar Broeder hebben ontzet gehad hij Tamme Beth Adamsz voorts daar op aan haar Derde getuige Aaltje Hoekers zo een veehementen [?]slag heeft toegebragt, dat haar een tand uijt de mond viel, zijnde zij Catharina Beth onder wijlen naar booven gevlugten bij haar vijfde getuigen Grietje Gerrits op haar kaamer geloopen, zo als zij getuigen Caatje van Agt & Grietje Gerrits na alleen verklaaren, dat zij Catharina Beth ten tijden als vooren, zeer behuijld, mismoedig en bedroeft zijnde, de vlugt bij haar vijfde getuigen op haar kaamer heeft genoomen als wanneer zij Catharina Beth, zeer klaagde dat de voornoemde haar Broeder haar zo geslaagen had & zij daar door genootzaakt waar, te moeten vlugten, zo als zij getuigen des daags daar aan ook hebben gesien gehad, dat zij Catharina Beth met een Blaauuw Oog liep.
So als zij getuigen Aaltje Hoekers, Trijntje Henninus, Caatje Van Agt & Grietje Gerrits nu te saamen verklaaren, dat de mishandelingen, die hij Tamme Beth Adamsz aan de gemelde zijn zuster Catharina Beth, dagelijks so met woorden, daaden als driegementen [een schrijffout] doet, so verre zijn gegaan dat zij Catharina Beth daar door en dus om alle gevaaren te ontgaan, is genootsaakt geworden, om op Gepasseerde vrijdag voor agt daagen uijt vadershuijs de vlugt, en haar toevlugt bij iemand van haar Famielje te neemen en zonder dat de selfs zeedert tot heeden toe, weeder bij den Requirant ten in wooningh, in huijs is gekoomen.
Verklaaren zij Eerste end Derde getuigen Aaltje en Dirkje Hoekers wijders dat in de voorleedene Jaare wanneer zij derde getuige als vooren, meede bij den Requirant was woonende, wel voorgevallen is, dat hij Tamme Beth Adamsz op zekere middag tot drie maalen toe, telkens een Bord met Eeten van tafel nam en haar Eerste getuige daar meede naar hooft gooijden dog 't welk zij getuige telkens ontweek en dus gemelde borden aan stukkent en het Eeten ove de vloer viel, en dat ook wel gebeurt is, dat zij Eerste getuige met hem Tamme Beth Adamsz woorden kreeg en den Requirant zig daar niet willende moeijeren en zulk stillen [willen], hij Tamme Beth Adamsz daar op zo quaadaardig wierd dat hij gedagten zijn vader tot twee maals toe, met Een stoffer naar 't hooft gooijden en daar op naar zijn vader toeliep, dog door zijn vader met een stoel werd afgeweert, hebbende zij getuigen Dirkje Hoekers ook nog wel gehoort gehad, dat hij Tamme Beth Adamsz teegens zijn vader, onder diverse anderen slegte uijtdrukkingen en smaadwoorden zijden, ben Jij een vader, ik Erken je voor mij vader niet.
Verklaaren nu zij twee Eerste getuigen Aaltje Hoekers & Trijntje Hennius nog, dat op [..] tijt, in van 't voorst van dit Loopende Jaar, voorgevallen is, dat de Voornoemde Tamme Beth Adamsz met zijn Broeder Lourens Beth was uijtgeweest, hij Lourens Beth des avonds een Poos voor hem Tamme Beth Adamsz in huijs quam, zijnde zeer verleegen en ontstelt, deselve aan hun getuigen versogt hem te Willen Bergen om dat zo hij zijder den voornoemden zijn broeder had gesegt, hem te willen dood steeken, zo als zij Eerste getuigen Aaltje Hoekers dan ook deselve Lourens Beth, in naar booven in het voorhuijs is gegaan en alzo heeft gesien en gehoordt gehad, dat de voorn: Tamme Beth Adamsz den Requirant zijn vader, vast hadt en onder het uijtbrengen van een menigte vloek en scheltwoorden, de selve zijn vader sloeg zij getuigen daar op, is tusschen beijden geloopen ten eijnde de Requirant te ontsetten en waar op hij Tamme Beth Adamsz teegens haar deposante heeft beginnen te scheldens en te Razen onder wijlen den Requirant (die doodelijk onstelt was en afgemat was) naar agteren is geloopen, so als sij vierde en vijfde getuigen Caatje van Agt en Grietje Gerrits nu met hun beijden verklaaren dat zij ten tijden als vooren op hun Kaamers zijnde een swaare bonds off val, hebben gehoort gehad, en voorts een kort Poos daar na, den Requirant naar agteren hebben hooren loopen en dat deselve onder met een naaren stem luijtkeels Riep, og mijn oude kop, zo als zij getuigen doen voorts daar op, door de Vensters van de agterkaamer, in des Requirants Lataarn Sagen dat den Requirant al daar stond te huijlen en mit sijn doek, sijn oogen afdroogden.
Verklaart nu sij tweede Getuige Trijntje Hernius alleen, dat op gepasseerden donderdag voor agt daagen zijn de geweest den 30 october, des avonds Laat voorgevallen is, dat den Requirant met de voorn: zijn zoon, aan 't vuur zittende hij Tamme Bith Adamsz over een buiseling en sonder Eenige Reeden, teegens den Requirant zijn vader groote woorden Maakten en ook tegens deselven zijn vader op een gruwsaame wijs heeft beginnente vloeken, schelden & te Raasen, scheldende also zijn vader uijt, onder anderen voor een oude schurk, oude schelm en dien gelijken en onderwijlen een stoel om hoog heffende den Requirant zijn vader, daar meede heeft gedreijgt gehaed, dog het welk den Requirant ontwijkte, waar op den Requirant teegens haar getuige zijden, dat zij de deur soude open maaken, op dat gemelde sijn zoon daar konden uijtloopen, waar op hij Tamme Beth Adamsz, seer heftig wierd, naar vooren liep en zijn Hantsvanger [?] kreeg en deselve om hoogheffende daar meede seer verwoed naar den Requirant zijn Vader toeliep, zeggende deselve daar op teegens den Requirant, onder een meenigte vloek woorden [..] oude schelm, seij sal leggen off ik zal leggen
Resiedeerende
9 Nov: 1758
Aaltje Hoekers Ongehuwde dogter oud 53 Jaaren, Trijntje Hernius Jonge dogter oud 28 Jaaren, beijden woonende als dienstboodens bij den Requirant, Dirkje Hoekers Jonge dogter oud 29 Jaaren, Present als dienstboode Woonende ten huijse van de heer Centen op de Keijsersgragt, Caatje van Agt huijsvrouw van Jan Dirkse woonende op de agterkaamer boven den Requirant, Grietje Gerrits huijsvrouw van Thomas van Jevenen woonende op de voorkaamer booven den Requirant, Jetje Jacobsz wed: Hendrik de Jongen, Casper Blankenburg Present woonenden op de Haarlemmerdijk, op den hoek van de Mouthaansteeg, alle binnen deese stadt, en hebben ten versoeken van de Heer Adam Beth en ten behoeven van die geenen die zulks verder soude moogen aangaan, voor de op regte waarheijd, getuigt & verklaart, hoe waar is.
En wel Eerstelijk zij twee Eerste getuigen Aaltje Hoeker & Trijntje Jannius, dat dewije [?] sij beijden Present als dienstboodens bij den Requirant zijn woonende zij getuigen also ook bij disoecasie [?] dagelijk bij woonen, sien en hoonen, de slegten, Goddeloosen en brutale Leevens wijs van des Requirants soon genaamt Tamme Beth Adamsz (:de welke bij den Requirant is in woonende:) vloekende, scheldende en Raasende, deselve op een ongehoorde manier, zo teegens zijn zuster (:die meede bij den Requirant in huijs woond:) als teegens hun depo [?]
<--- mist hier nu een pagina ? --->
Een hangkas, in de zij kamer heeft op geslooten, hij Tame Beth Adamsz daar op in huijs koomende, naar deselve zijn Broeder heeft gevraagt en gesogt, waar op een Poos daarna, zij Eerste getuige hem Laaste getuigen Casper Blankenburg heeft in huijs geroepen, en aan hem versogt, so als hij Laaste getuige na met: verklaart, om gemeld Lourens Beth, die nagt bij hem te willen bergen zo als hij geruiigen dan Ook heeft gedaan gehad.
Verklaaren zij getuigen alle Laastelijk nog (uijtgesondert nogtans zij getuigen Dirkje Hoekers:) dat te meermaalen gebeurt is, dat de voorengemelde Tamme Beth Adamsz, zodanig een gewelt, getier en geraas maakte, dat er een grooten vergaderingh van minsch [?] voor des Requirants deur quaamen, ende Buuren van Rontom, aan hun deuren & vensters kwaamen.
Geevende zij getuigen voor Reedenen van weetenschap, dat zij, zo als door een ijder als vooren is verklaart geworden zulks hebben gehoord, ges[..] en bijgewoont, en venders als den Te[..]t, zijnde over zulks berijd 't zelve, nader met Eede te Bevestigen.
Dat Aldus Passeerde in Amsterdam
[handtekeningen]
Fret van Hoogd & Sijbrand Bruijnsma als gez:
Aaltje Hoekers
dit is t X Merk van Trijntje Henniuis
Dirkje Hoekers
dit is t X Merk van Caatje van Agt.
Grietie Gerrits
Kasper Blankenburg
Jetje IJacobs
Jan Boogt
J Bruinsma
A: Coijmans
1755
bron akte:
De akte is getranscribeerd met behulp van Transkribus. Minimaal verduidelijkingen in de tekst zijn aangebracht.
Adam Beth geboren circa 1694 te Amsterdam, zoon van Tamme Beth x Geertruij Barents\Baarens, begraven 12 januari 1753 te Amsterdam-Eilandskerk. Hij ondertrouwt [1] 27-12-1721 Catrina Sieuwerts (Siewersin\Sivers) te Amsterdam (kraamvrouw, overlijdt zelf a.g.v. complicaties in de kraam, begr 13-11-1730 Amsterdam-Oude Zijds Kapel. Adam Beth ondertrouwt [2] 19-11-1733 te Amsterdam Christina Wijbrands.
Uit het eerste huwelijk 4 kinderen
1 Tamme, ged 25-10-1722 Amsterdam-Eilandskerk. Het ziet er niet naar uit dat hij ooit is gehuwd.
2 Catrina, ged 04-09-1726 Amsterdam-Noorderkerk, begraven 06-08-1728 Oude Zijds Kapel
3 Nicolaas, ged 03-08-1729 Amsterdam-Noorderkerk, begraven 18-01-1730 Oude Zijds Kapel
4 Catharina, ged 29-10-1730 Amsterdam-Noorderkerk, huwt 07-04-1758 Jan Hendrik Houtkoper, begraven 24-04-1798 Amsterdam-Eilands Kerk
NB. Adam Beth moet niet verward worden met de gelijknamige man die 05-08-1740 begraven wordt te Amsterdam-Nieuwe\Engelse Kerk. Tamme Beth moet niet verward worden met de gelijknamige man die 12-01-1753 begraven wordt te Amsterdam-Eilands Kerk. In beide gevallen zie de datums in bovenstaande akte.